Het museum der Sentimentaliteiten





Zoals veel voorwerpen in Nederland, komt dit pennenbakje uit China. Het verschil is dat de eigenaar dit in China heeft gekregen. Voor een excursie van zijn studie is hij een week in China geweest. Van te voren hadden alle studenten die op de excursie mee waren, iets meegenomen om cadeau te geven aan de Chinese studenten. Tijdens het afscheid voelden zij zich hier zo schuldig over, dat ze op het laatste moment cadeaus hebben gekocht voor de Nederlandse studenten. Het betekend veel voor hem, omdat het hem herinnerd aan een bijzondere week in China. Hij vind het niet een mooi pennenbakje.





Ik vroeg de eigenaar of zij mij iets wilde vertellen over dit steentje. Het verhaal dat volgde was zo mooi, dat ik heb besloten om het niet te herschrijven.

This photo is probably best explained by this word:´´hiraeth: (noun) A homesickness for a home to which you cannot return, a home which maybe never was; the nostalgia, the yearning, the grief for the lost places of your past.´´ althoguh it represents a happy memory. I lived pretty much everywhere growing up, but, judging by the sheer beauty of the landscape, I miss Zimbabwe in particular, and often find myself longing to return to Victoria Falls, a sight so breathtaking one is at first glance convinced that it is some trick, there is a beamer hidden somewhere. A bridge divides the gorge between Zimbabwe and Zambia, but to enter either country, you wer at the time required to pay 30$ US. We didn´t have that, but we had 2 minutes in Zambia, sneakily running across the bridge, where I stole this rock from Zambian soil. This was 15 years ago, and I have carried this rock to every land I have been to since. When I am homesick, I am not sure which home I am longing for, but I have found that home is more of a feeling, which memories and wonderful people can impart to you from time to time. This pebble doesn´t remind me of the less wonderful experiences of the time, only of those two moments of illegal exhileration, two minutes in Zambia.





Een Elfstedentochtkruisje. Wat deze zo bijzonder maakt is dat dit het enige aandenken is, dat de eigenaar nog heeft van haar vader. De moeder van de eigenaar heeft na zijn overlijden bijna alles wat aan hem herinnerde weggegooid. Vader heeft de tocht der tochten vier keer gereden in 1940, 1941, 1942 en 1954. Hij overleed jong en liet daarmee zijn vrouw met negen kinderen achter. De andere drie kruisjes zijn in het bezit van de drie zussen van de eigenaar.





Dit kaartje komt van de dochter van de eigenaar. De dochter heeft hem aan haar gestuurd in een tijd dat het niet goed met haar ging, en zij in het ziekenhuis verbleef. Ten tijde zorgde de eigenaar voor de dochter en man van haar dochter. Zo zorgde zij bijvoorbeeld dat ze aan konden schuiven voor het warm eten bij haar thuis. De eigenaar probeerde haar dochter al een tijdje aan te sporen om mee te doen aan de creatieve therapie die haar aangeboden werd, maar zij bleef aanhouden dat het niets voor haar zou zijn. Tot op een dag dit kaartje bij de post zat.





Al sinds haar geboorte is de eigenaar in het bezit van deze knuffel, genaamd Pienke. In dit geval maakt dat ze al 21 jaar in het bezit van deze knuffel is, die uit Amerika komt. Het is vooral de textuur en de geur die Pienke bij zich draagt, die de eigenaar nu nog steeds aanspreken. Inmiddels is ze haar neus kwijt en heeft ze een nieuw oog gekregen. De knuffel mist een van zijn oren, deze heeft de eigenaar er eigenhandig afgeknipt. Het zou haar eerste vakantie zonder ouders worden, met vrienden naar Blanes. In de angst om Pienke kwijt te raken, heeft ze het oor afgeknipt zodat ze toch nog iets zou hebben wat aan Pienke zou herinneren. Naar haar eigen zeggen werkte dit niet, omdat ze niet compleet was.





Het kleinste voorwerp dusver in het museum, een oorbel. Het is er ook maar eentje, en de eigenaar draagt hem altijd in haar linkeroor. De oorbel gaat er eigenlijk alleen uit op het moment dat hij schoon moet worden gemaakt. Hij is een keer ongewenst uit haar oor geweest, in Hongarije. De eigenaar was hier op vakantie en ze stond op het punt om er even aan te friemelen, toen hij weg bleek te zijn. Gelukkig bleek hij op de vloer van de hotelkamer te liggen. De eigenaar draagt hem sinds haar moeder is overleden. Op het moment dat zij overleed, droeg zij deze oorbel en nu zal de nieuwe eigenaar hem dragen totdat zij zal overlijden.





Jip, dat is zijn naam, was de kat van de eigenaar. Jip komt uit het dierenasiel en is overleden toen zij op reis was. Het voelde voor haar niet gepast om Jip te laten cremeren en zo heeft zij hem, voor tien keer het aankoopbedrag, op laten zetten. De reacties op Jip zijn gemengd, maar overwegend positief. Spijt van het opzetten heeft ze nooit gehad. Wel is ze bang geweest of het niet te intens zou zijn, om haar kat dood in de huis te hebben, maar inmiddels is ze er aan gewend. Sterker nog, Jip maakt deel uit van haar woonkamer. Meestal staat hij zelfs in de vensterbank, vaak versierd met een hoedje of iets anders.